Nieuws

Praktijkgebieden


Expertise

Onrechtmatige bedingen in B2B-contracten: inwerkingtreding op 1 december 2020


  • 11 september 2020
  • Seminaries & Publicaties
Flavie Vermander
Onrechtmatige bedingen in B2B-contracten: inwerkingtreding op 1 december 2020

De wet van 4 april 2019 [1] heeft de contractvrijheid van ondernemingen in B2B-relaties aan banden gelegd. De rechter zal binnenkort veel ruimer dan vandaag het (on)rechtmatige karakter kunnen beoordelen van contractuele clausules opgenomen in contracten gesloten tussen ondernemingen. Indien de rechter tot de onrechtmatigheid van een contractueel beding besluit, kan hij ook sanctioneren (onder meer door de betrokken bepaling nietig te verklaren).

Door de coronacrisis verloren wellicht heel wat ondernemingen deze wet uit het oog of zij hebben deze – overigens perfect te begrijpen - niet als prioritair beschouwd. Maar de betrokken wetsbepalingen treden binnenkort in werking. Hierna vatten wij de nieuwe regels voor u samen en geven wij aan wat u kan doen om op de inwerkingtreding te anticiperen. 

Een algemene onrechtmatige bedingenleer voor de B2B-relatie 

Onrechtmatige bedingen zijn niet nieuw in het Belgische recht. Zo kunnen feitenrechters al veel langer de (on)rechtmatigheid toetsen van bedingen in contracten gesloten tussen een onderneming en een consument (de zgn. B2C-relatie). De wet van 4 april 2019 voert nu ook een onrechtmatige bedingenleer in die ruim van toepassing zal zijn in B2B-relaties. Wie vertrouwd is met de B2C-regels zal ongetwijfeld de parallel (maar ook de verschillen) tussen de B2C- en de B2B-regeling opmerken. 

De wetsbepalingen in een notendop

De wetgever formuleert ten eerste een transparantievereiste en een interpretatieregel voor de B2B-relatie. De transparantievereiste houdt in dat indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, ze duidelijk en begrijpelijk moeten zijn opgesteld. De interpretatieregel luidt: een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken [reclame] die er rechtstreeks verband mee houden.

Daarnaast wordt de onrechtmatige bedingenleer uitgewerkt aan de hand van een algemene toetsingsnorm en 2 lijsten met onrechtmatige bedingen.

Elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, is onrechtmatig. Dit is de algemene toetsingsnorm. De rechter zal bij de beoordeling onder meer rekening houden met de omstandigheden rond de sluiting van het contract (bv. of een beding individueel onderhandeld is, zou een rol kunnen spelen), met de andere bedingen van het contract en met het vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding.

Niet alle bedingen worden getoetst. Kernbedingen worden met name niet getoetst, althans voor zover ze duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.” De rechter zal zo in principe niet nagaan of de prijs wel een correcte prijs is voor het goed of de dienst. Of “kernbeding” in de rechtspraak ruim of strikter (zoals in de regeling B2C) zal worden ingevuld, valt af te wachten. Hoe ruimer het begrip “kernbeding” wordt ingevuld, hoe meer ruimte er voor de contractvrijheid overblijft.

De zgn. “zwarte” lijst bevat (slechts) 4 bepalingen (zie onderaan). Indien uw contractueel beding hieronder valt, is het een onrechtmatig beding. Zo zal een beding dat de onderneming het eenzijdige recht geeft om een of ander beding van het contract te interpreteren voortaan onrechtmatig zijn. Bedingen die onder de zwarte lijst vallen, schrapt u best uit uw algemene voorwaarden en andere contracten.

De zgn. “grijze” lijst bevat 8 bepalingen (zie onderaan). Met grijze lijsten zijn we veel minder vertrouwd in het Belgische recht. In essentie komt het erop neer dat een contractueel beding dat onder de grijze lijst valt, vermoed wordt onrechtmatig te zijn, maar het is mogelijk om het tegendeel te bewijzen. Een onderneming kan dus trachten aan te tonen dat het beding in de gegeven omstandigheden en gezien de kenmerken van de overeenkomst geen kennelijk onevenwicht creëert tussen de rechten en plichten van partijen. Bij de beoordeling zou de rechter vooral oog moeten hebben voor de gevolgen die de bedingen concreet voor partijen inhouden. Maar hoe levert een partij nu dat tegenbewijs? De wettekst bepaalt dit niet. In de voorbereidende werken gaf de wetgever wel een indicatie van hoe een onderneming het vermoeden van onrechtmatigheid kan weerleggen. Hiervoor moet worden aangetoond dat de beide partijen werkelijk wilden komen tot de betrokken regeling, ook al valt deze onder de grijze lijst. In afwachting van de eerste rechtspraak die verdere duidelijkheid biedt (de onduidelijkheid en onzekerheid die de wet creëert heeft al heel wat kritiek geoogst), raden wij dan ook de volgende werkwijze aan vanaf de inwerkingtreding van de onrechtmatige bedingenleer. Indien u in uw contract een beding wenst op te nemen dat onder de grijze lijst kan worden begrepen, doet u er goed aan om in het contract zelf of minstens in de precontractuele documenten (bv. uitgewisselde e-mails, term sheets, enz.) aan te geven dat en waarom partijen deze regeling toch hebben opgenomen in het contract. Indien mogelijk kan u aangeven welk concreet voordeel de andere onderneming heeft in ruil voor het aanvaarden van het beding uit de grijze lijst (bv. uw onderneming is niet aansprakelijk voor zware fout in ruil voor een prijsvermindering ten voordele van de andere partij).

Evaluatie: wetsbepalingen met een mogelijk grote impact 

In principe geldt de nieuwe onrechtmatige bedingenleer voor alle contracten (dus niet alleen voor algemene voorwaarden) gesloten tussen ondernemingen. Zo gelden deze wetsbepalingen bijvoorbeeld voor contracten van verkoop, verhuur en dienstverlening. Alleen financiële diensten en overheidsopdrachten zijn uitgezonderd. De grootte van de onderneming is niet relevant (de regels gelden dus niet enkel ten voordele van Kmo’s).

De onrechtmatige bedingenleer is van toepassing op contracten gesloten vanaf 1 december 2020. De wetsbepalingen gelden niet voor lopende contracten, maar worden wel van toepassing indien deze contracten worden vernieuwd of gewijzigd na de datum van inwerkingtreding.

In welke mate de contractvrijheid van ondernemingen precies wordt ingeperkt door deze wetsbepalingen is nog onzeker. Veel zal ongetwijfeld afhangen van hoe de rechters deze wetgeving zullen toepassen (terughoudend of net niet?).

Wat kan u (nu al) doen?

U heeft in het verleden met zorg uw algemene voorwaarden of templates voor de contracten die u courant sluit, opgesteld en zij doen al vele jaren hun werk? Toch is het aan te raden om deze voorwaarden of andere contracten nu al te screenen, om na te gaan of ze ook de test kunnen doorstaan van de onrechtmatige bedingenleer die op 1 december aanstaande in werking treedt. Bedingen die onder de zwarte lijst vallen, kan u beter schrappen of u past ze best zo aan voor de toekomst dat ze buiten het vaarwater van de zwarte lijst vallen. Ondernemingen die meer rechtszekerheid wensen, kunnen ook voor bedingen die mogelijk onder de grijze lijst vallen of in het algemeen kennelijk onevenwichtig lijken (en onder de algemene norm zouden kunnen vallen), al nagaan of zij deze wel in de huidige vorm wensen te behouden. 

Flavie Vermander



[1] Deze bijdrage betreft één van de drie luiken (met name de onrechtmatige bedingen) van de wet van 4 april 2019 houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen.

De zwarte lijst - Het nieuwe art. VI.91/4 WER

Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken:

  1. te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil;
  2. de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren;
  3. in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming;
  4. op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst.

De grijze lijst - Het nieuwe art. VI.91/5 WER

Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken:

  1. de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen;
  2. een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn;
  3. zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust;
  4. op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen;
  5. onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn;
  6. de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken;
  7. de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken;
  8. in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden.
Contact

Brussel: + 32 2 675 30 30
Nijvel: +32 67 21 79 95
Gent: +32 9 240 77 20
Bergen: +32 65 22 10 00
Janson Logo
    © Copyright Janson 2020